Inleiding
Er gaat weinig boven wakker worden met uitzicht op rijen wijnstokken, een kopje koffie op het terras en de belofte van een degustation later op de dag. Frankrijk heeft zoveel wijnstreken dat kiezen bijna onmogelijk is, maar een paar springen er voor mij echt uit als plek om te logeren, niet alleen om te proeven. Ik neem je mee langs zes streken waar een overnachting tussen de wijngaarden net zo veel oplevert als het glas zelf.
Bordeaux: de klassieker onder de wijnstreken
Bordeaux is voor de meeste mensen het eerste woord dat bij Franse wijn opkomt, en dat is niet voor niets. Rond de stad liggen bekende gebieden als Medoc, Saint-Emilion en Sauternes, elk met een eigen karakter. Saint-Emilion is met zijn middeleeuwse straatjes bovendien een van de mooiste plekken om te overnachten: een gite net buiten het dorp geeft je de rust van het platteland en toch de charme van de oude stad om de hoek.
Wat Bordeaux bijzonder maakt, is de schaal. Grote chateaus organiseren professionele degustations, maar rijd je een paar kilometer verder, dan vind je ook kleine familiedomeinen waar de eigenaar zelf de fles opentrekt en over zijn druiven vertelt. Die combinatie van grandeur en gastvrijheid maakt het een streek waar je makkelijk een week blijft hangen.
Bourgogne en de Rhone: twee uitersten
Bourgogne is compact, precies en een tikje statig. De beroemde Route des Grands Crus tussen Dijon en Beaune is amper zestig kilometer lang, maar telt meer beroemde wijndorpen dan je in een week kunt bezoeken. Logeren in een gite rond Beaune betekent 's ochtends over rustige binnenwegen fietsen langs percelen die vaak nog geen hectare groot zijn, maar wereldberoemd.
De Rhonevallei is juist ruiger en warmer, met de Cote-Rotie en Chateauneuf-du-Pape als bekendste namen. Hier proef je de overgang naar het zuiden: kruidiger wijnen, olijfbomen tussen de wijnstokken en een landschap dat steeds meer naar de Provence begint te trekken. Voor wie van beide werelden houdt, zit een streek als de Languedoc nog verder naar het zuiden, met eenvoudigere, zonnige wijnen en gastvrije domeinen die je zo binnenroepen voor een glaasje.
De Elzas: witte wijn tussen vakwerkhuisjes
De Elzas is anders dan alle andere wijnstreken op deze lijst, en dat is precies waarom hij hier niet mag ontbreken. De Route des Vins d'Alsace slingert langs vakwerkdorpen als Riquewihr en Eguisheim, met heuvels vol Riesling en Gewurztraminer aan weerszijden. Het is een streek waar je net zo goed voor de architectuur als voor de wijn komt, en waar een terrasje met een glas witte wijn en een tarte flambee bijna verplicht voelt.
Ik schreef eerder uitgebreider over logeren in de Elzas, met tips voor de mooiste dorpen en de beste periode om te gaan. Voor wijnliefhebbers is september, tijdens de wijnoogst, een fantastische maand: de dorpen versieren zich voor de vendanges en overal ruikt het naar gepersteerde druiven.
Languedoc: de grootste wijnstreek van Frankrijk
De Languedoc wordt vaak onderschat, maar is qua oppervlakte de grootste wijnstreek van het land. Precies daardoor vind je er nog volop betaalbare, kleinschalige domeinen zonder de drukte van Bordeaux of de Rhone. Rond Pezenas en Saint-Chinian liggen glooiende heuvels vol garrigue en wijnstokken, met hier en daar een verlaten kapelletje of een romeinse brug. Een gite midden in dit landschap voelt nog echt als platteland, met de zee als leuke dagtocht erbij.
- Saint-Chinian: stevige rode wijnen op schisteibodem
- Minervois: zonovergoten, kruidige wijnen tegen de Montagne Noire
- Picpoul de Pinet: frisse witte wijn vlak bij de kust, ideaal bij oesters
Wat ik zelf zo waardeer aan deze streek, is dat de wijnbouwers hier zelden een chique ontvangstruimte hebben. Vaker sta je gewoon tussen de vaten in de schuur, met een geur van hout en gist om je heen, terwijl de wijnboer vertelt over de laatste oogst. Dat maakt een bezoek aan de Languedoc net iets persoonlijker dan de meer toeristische streken verderop.
De Gers en het armagnac-land
Mijn eigen favoriet, en niet alleen omdat ik er woon: de Gers, hart van de Armagnac-streek. Hier draait het niet om druiven voor tafelwijn, maar om de ugni blanc en colombard die worden gestookt tot armagnac, de oudste eau-de-vie van Frankrijk. Kleine, familiaire domeinen laten je vaak zelf meekijken bij het stoken, iets wat je in de grotere wijnstreken zelden meemaakt.
Rond onze eigen gite in de Gers liggen tientallen van dit soort domeinen op fietsafstand, tussen glooiende heuvels en zonnebloemvelden. Ik heb er al vaker over geschreven, onder meer in mijn artikel over logeren in de Gers, en de streek leent zich uitstekend om te combineren met een culinaire uitstap, zoals ik beschrijf in eten in Zuid-West Frankrijk. Wie een streek zoekt die minder toeristisch is dan Bordeaux, maar minstens zo authentiek, moet hier echt eens gaan kijken.
Lees ook:
Edwin — Francofiel & auteur
Edwin is een Nederlander met Franse roots: hij woont en werkt in de Gers, het hart van de Gascogne in Zuid-West Frankrijk. Als rasechte Francofiel reist hij al meer dan twintig jaar door alle uithoeken van Frankrijk en schrijft vanuit eigen ervaring over logeren in gites, chambres d'hotes en vakantiehuizen. Zijn advies is altijd eerlijk, persoonlijk en gebaseerd op wat hij zelf heeft meegemaakt.
Veelgestelde vragen
De Languedoc en de Gers zijn allebei ruim, rustig en betaalbaar, met genoeg buiten- en waterplezier voor kinderen naast de wijngaarden. Bordeaux en Bourgogne zijn drukker en meer gericht op wijnliefhebbers zelf.
September, tijdens de vendanges oftewel de druivenoogst, is voor sfeer en beleving de mooiste maand. Wil je liever rustig proeven zonder drukte, dan is het voorjaar of de vroege herfst ideaal.
Bij grote chateaus in Bordeaux moet je vaak reserveren, maar bij de meeste kleine domeinen in bijvoorbeeld de Gers of de Languedoc kun je gewoon aanbellen en wordt er graag een fles voor je opengetrokken.